Het Steinmeyer-orgel (1924) op. 1385, Gereformeerde Kerk, Terneuzen



In 1891 werd een Gereformeerde Kerk aan de Noordstraat in Terneuzen in gebruik genomen. 

Toen in 1892 besloten was tot het bouwen van een nieuwe kek, kwam in februari van het volgende jaar uit de gemeente het plan naar voren een orgel daarin te plaatsen.

In oktober van datzelfde jaar was het benodigde bedrag bijna bijeengebracht. Het orgel werd geleverd door de Gebr. Menes, orgelbouwers uit Brigdamme, bij Middelburg, en uit de notulen van maart 1895 blijkt dat het ging om een gerestaureerd exemplair.

Er ware twee organisten, C. Ribbens en J.P.Tazelaar, en eveneens waren twee personen beschikbaar voor windaanvoer. Deze orgeltrappers moesten de blaasbalg in beweging houden, want elektriciteit was er nog niet. Verder was er leter nog sprake van iemand die de registers moest bedienen.

In 1911 werd de kerk verbouwd en het orgel werd geplaatst en kwam aan de zuidzijde van de kerk terecht boven de eveneens verplaatste preekstoel. In september 1923 bleek dat het orgel versleten was. En toen gevormde orgelcommissie kwam tot dezelfde conclusie en op een vergadering met de bouwcommissie werd duidelijk dat een nieuw orgel wel 10,000 gulden zou kosten.

Daarvoor was een gemeente-vergadering nodig, maar de aanwezigen konden geen beslissing nemen omdat de informatie onvoldoende werd geacht. Pas op een volgende gemeentevergadering, op 12 maart 1924, werd  het voorstel een nieuw orgel aan te schaffen goedgekeurd. Een maand later werd het al gekocht voor 9.5855 gulden bij de firma Heinmeyer (Steinmeyer) in Oettingen (beieren) en op 9 december 1924 in gebruik genomen. Dat gebeurde tijdens een feestelijke dienst, omdat op die dag ds. Groeneveld zijn dertigjarig ambtsjubileum vierde.

In 1951 werd de kerk weer verbouwd, de indeling werd gewijzigd en het orgel kwam te staan op de galerij langs de Smidswal, boven de eveneens verplaatste preekstoel.

Wegens de constructie van dit zogenaamde pneumatische orgel waren aan het einde van de zestiger jaren grote herstellingen nodig. Maar de orgelbouwadviescommissie van de gereformeerde organistenvereniging gaf het advies om hieraan geen grote kosten te besteden. Het orgel was versleten en niet te verkopen of voor eigen gebruik te verplaatsen. En restauratiekosten van 20 - 30,000 voor het orgel in een kerk die  men na verloop van tijd wilde afstoten, was onverantwoord.

Daarom ging men over op een electronisch orgel, dat op het podium werd geïnstalleerd met twee grote luidsprekers op de galerij.

Toch was het grote orgel niet voorgoed het zwijgen opgelegd, want in december 1978 bleken twee amateur-orgelbouwers zich aan restauratie te willen wagen. Hoewel aanvankelijk werd gestreefd naar ingebruikneming rond de jaarwisseling 1979/'80 kregen ze met een fikse tegenslag te maken. Bij een grote brand in het aangrenzende winkelpand leed ook het orgel schade en zodoende kon het pas worden gestemd in oktober/november 1980. Na 3500 manuren werd het op zaterdag 29 november 1980 officieel in gebruik genomen.

Helaas was dit maar voor vier jaar, want de laatste dienst in de Noordstraatkerk werd gehouden op 26 mei 1985.

[Bron: De Geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Terneuzen - P.W. Stuij]


* In 1924 bouwde de Duitse firma Steinmeyer een tweeklaviers orgel met 26 stemmen. Tussen 1950 en 1960 werd het orgel gerestaureerd. 


In 1986 werd de kerk gesloten en het orgel werd gedemonteerd. 

Bram van Wijck, een liefhebber heeft het orgel gekocht en opgeslagen in zijn schuur. Hij vertelt verder hoe het ging. "Het orgel stond in de toenmalige Gereformeerde Kerk in de Noordstraat. Deze kerk is toen door een teruglopend aantal kerkgangers, en het intussen hoognodige groot onderhoud aan het gebouw, gesloten voor de erediensten. Het orgel is toen "gekeurd" door een commissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging (in 1931 opgericht) uit dat kerkverband en aan dat orgeltype werd toen weinig waarde toegekend. 

Het lot van het orgel ging mij ter harte. Ik moest denk aan het orgel van Piet van Egmond uit de Prinsessekerk in Amsterdam dat enkele jaren daarvoor grotendeels van de galerij gegooid werd.

Ik heb toen het orgel in de Noordstraat voor een lage prijs gekocht en opgeslagen in mijn landbouwschuur. De bedoeling was om ooit een orgel in de schuur op te bouwen, maar daar heb ik nog nooit genoeg tijd voor gehad. Ook heb ik het orgel al eens te koop aangeboden, maar geen bod gekregen.

Toen het orgel in de Koepelkerk in  Bussum uitgebreid met een Bazuin 16' moest worden, zijn de mensen van Adema orgelbouwer bij mij langs geweest om de maten van de bazuin hier op te meten."

Dertig jaar later ligt het orgel nog steeds in de schuur. Hopelijk dat er ooit een Steinmeyer-orgel liefhebber het orgel gaat kopen. 




Mijn grote dank en waardering gaat uit naar de volgende mensen en organisaties voor hun medewerking: